Bureau Everink - teksten en publiciteit

teksten & publiciteit

KNOWHOW-CENTRUM

KNOWHOW-CENTRUM

teksten & publiciteit

Teksten zijn bestemd voor mensen

door ing. Jan Everink

De boodschap die men met een informatief-promotionele tekst de wereld instuurt is bestemd voor mensen, voor echt bestaande personen. Daarom is het belangrijk dat de tekstschrijver een goed beeld heeft van de belangstelling en de kennis van deze mensen voor wie de tekst bedoeld is. Het is niet zinvol om voor mensen met een oppervlakkige kennis alleen maar over koetjes en kalfjes te schrijven, want de lezer die weinig over een onderwerp weet wil er juist méér informatie over vergaren. Het gaat erom interessant en informatief te schrijven zonder daarbij allerlei vaktermen te gebruiken.


Doelgroep en taalgebruik

Bij de gewone mondelinge communicatie richt men zich meestal tot één persoon. Als je wilt dat de persoon met wie je praat je begrijpt dan gebruik je alleen woorden die deze persoon verstaat. Wanneer een toerist je de weg vraagt dan leg je hem zo begrijpelijk mogelijk uit hoe hij moet lopen, zonder daarbij allerlei namen van straten te noemen die hij toch niet kent. Als er een markant punt op de route voorkomt dan noem je dit niet alleen maar leg je ook uit hoe het te herkennen is. Dus als hij bij het Paleis op de Dam rechtsaf moet, dan vertel je hoe dit gebouw er uit ziet.

Kortom: bij communicatie met een individu houd je rekening met de kennis van de persoon in kwestie. Bij communicatie met een doelgroep moet dat ook, want een groep is in feite niets anders dan een verzameling individuen.

Belangrijke informatie die de tekstschrijver nodig heeft is: welke terminologie wordt door deze groep begrepen. Indien de doelgroep bijvoorbeeld wordt omschreven als "alle tuinders in Nederland" dan staat vast dat deze groep bekend is met het taalgebruik dat verband houdt met de professionele tuinbouw. Deze lezers begrijpen de veelvoorkomende vaktermen op het gebied van de tuinbouw zonder moeite.


Woordkeus essentieel

Maar als de doelgroep wordt omschreven als "alle mensen die wel eens in de tuin werken", dan mogen we niet verwachten dat deze doelgroep met de woordenschat van de professionele tuinbouw op de hoogte is. Het is duidelijk dat voor deze twee verschillende doelgroepen verschillende soorten teksten geschreven moeten worden. Daarbij gaat het vooral om een verschil in woordkeus.

De tekstschrijver moet rekening houden met het feit dat elk van de mensen die tezamen de doelgroep vormen een andere woordenschat heeft. Wanneer de woordenschat van een bepaalde persoon wordt voorgesteld als een cirkel, dan zullen de cirkels van de leden van een doelgroep elkaar gedeeltelijk overlappen. Het gaat erom met de woordkeuze binnen dit overlappende gedeelte te blijven. We mogen in principe alleen woorden gebruiken die door iedere lezer worden begrepen.

Het zal duidelijk zijn dat het voorgaande in feite betekent dat een tekst alleen dan voor de hele doelgroep goed leesbaar is als er zo weinig mogelijk technische termen in voorkomen. Een tekst mag dus nooit bol staan met vakjargon, ook al gaat het om een technisch product.


Informatief schrijven

Maar dat betekent niet dat de tekst alleen maar over oppervlakkige zaken mag gaan. Die aanpak is niet doeltreffend want de lezer die weinig over het onderwerp weet wil juist méér informatie vergaren. Het heeft dus geen zin om voor deze persoon alleen maar over koetjes en kalfjes te schrijven.

De juiste aanpak is om interessant en informatief te schrijven, maar daarbij zo weinig mogelijk vaktermen te gebruiken. Als het gebruik van bepaalde specialistische woorden beslist nodig is dan moeten deze woorden in de tekst verklaard worden. Ook bij professionele doelgroepen is het zaak er op te letten dat er geen onbekende termen zonder toelichting worden gebruikt. In het algemeen is het verstandiger aan te nemen dat de lezer een nieuw technisch woord niet kent dan dat deze het al wel kent.


Tekst afstemmen op interesse

Behalve de woordenschat speelt de belangstelling van de doelgroep een rol. De tekstschrijver moet weten in welke aspecten de lezers bijzonder geïnteresseerd zijn. Een manier om hier achter te komen is tijdschriften te lezen die de doelgroep leest.

De redactionele inhoud van goede bladen is afgestemd op de belangstelling van de lezerskring. De hoofdredacteuren kennen deze belangstelling door reacties van lezers en door lezersonderzoek. Bovendien wordt de belangstelling voor bepaalde onderwerpen door de tijdschriften gestimuleerd. Als over een onderwerp veel wordt gepubliceerd wordt de interesse voor dat onderwerp bevorderd. Dus: als je weet wat de doelgroep leest dan weet je tot op zekere hoogte ook wat de doelgroep interesseert.


Informatiebehoefte achterhalen

Een bijzonder probleem treedt op wanneer een gespecialiseerde technicus voor een breed publiek schrijft en dus zelf veel meer van het onderwerp weet dan de doelgroep. Voor deze auteur is het zinvol eens te gaan praten met mensen die tot de doelgroep behoren en hen te vragen wat hen met betrekking tot het betreffende onderwerp vooral interesseert. Dan blijkt dat het publiek veel vragen heeft waarop de antwoorden voor de professional vanzelfsprekend lijken. Toch vormen deze antwoorden precies de aspecten waarover een goede tekst moet gaan.

Om als deskundige voor een breed publiek over het eigen vak te kunnen schrijven moet men zich verplaatsen in de gedachtewereld van iemand die nog niet met de betreffende informatie op de hoogte is. Dat kan soms vrij lastig zijn want op den duur wordt kennis zo eigen dat de bezitter er van vergeet dat hij of zij deze kennis heeft. Een expert kan zijn vak grotendeels zonder nadenken uitoefenen. Door regelmatig mondeling iets over zijn beroep uit te leggen aan een geïnteresseerde merkt hij dat er vragen worden gesteld die hij niet had verwacht. Door dat vaker te doen kan hij zich bewust worden van de informatiebehoefte bij de doelgroep.