Bureau Everink - teksten en publiciteit

teksten & publiciteit

KNOWHOW-CENTRUM

Bureau Everink - teksten en publiciteit

teksten & publiciteit

www.bureve.com

Afdruk

Wat is goed Nederlands?

door ing. Jan Everink

De belangrijkste kwaliteitsnorm bij het schrijven van een informatief-promotionele tekst is dat deze duidelijk naar de doelgroep moet communiceren wat wordt bedoeld. Een voor publiekscommunicatie bestemde tekst kan als goed Nederlands worden gekwalificeerd als deze tekst door de doelgroep met interesse en instemming wordt gelezen.

Schrijven om gelezen te worden

Als je als tekstschrijver wilt dat je tekst goed en duidelijk overkomt dan is het op de eerste plaats zaak zo te schrijven dat de tekst wordt gelezen. Wat dit betreft is onder meer een pakkende titel belangrijk. Verder is een logische opbouw nodig om te voorkomen dat de lezer afhaakt of gaat scannen in plaats van met interesse verder te lezen. Scannen is het snel vluchtig doornemen van een tekst om mogelijk interessante informatie te ontdekken. Een informatief-promotionele tekst moet bij voorkeur niet alleen maar worden gescand maar van begin tot eind met aandacht worden gelezen.

Om zeker te zijn dat een tekst daadwerkelijk wordt gelezen is natuurlijk ook de inhoud essentieel. Om een goede tekst te kunnen schrijven moet je iets kunnen vertellen wat voor de doelgroep interessant is. Elders op deze website vind je over de inhoudelijke aspecten bij het tekstschrijven meer informatie.

Doelgroepgericht schrijven

Het is uiteindelijk de doelgroep die bepaalt wat wel of niet goed Nederlands is. De doelgroep is de categorie personen voor wie de tekst bestemd is. Als auteur moet je bekend zijn met het taalgebruik van de doelgroep. Het taalgebruik binnen een groepering wordt wel sociolect genoemd.

De verschillen tussen uiteenlopende sociolecten zijn niet groot maar wel belangrijk. Het gaat vooral om het gebruik van een relatief beperkt aantal speciale woorden, die verband houden met de interesse of de professionele kennis in de doelgroep. Enthousiaste fotografen gebruiken bijvoorbeeld zonder moeite uiteenlopende technische woorden die met fotografie te maken hebben, zoals diafragma, scherptediepte en witbalans.

Het specifieke taalgebruik van de doelgroep is voor een auteur te achterhalen door zelf tot op zekere hoogte tot de betreffende groep te gaan behoren. Dat is mogelijk door boeken en tijdschriften te lezen die ook door de mensen in deze doelgroep worden gelezen. Verder kan ook mondeling contact belangrijk zijn. De spreektaal van een doelgroep kan een inspiratiebron zijn tot het vinden van nieuwe manieren om voor deze doelgroep te schrijven.

De juiste woorden

Om door de doelgroep gelezen en begrepen te worden is de woordkeuze heel belangrijk. Schriftelijke taal is eenrichtingsverkeer: de lezer kan niet tijdens het lezen om nadere uitleg vragen. Daarom moeten geschreven teksten op de eerste plaats duidelijk zijn, hetgeen vooral wordt bereikt door een goede woordkeuze.

Veel mensen hebben wel eens de ervaring dat ze iets willen zeggen of schrijven maar niet zo gauw het toepasselijke woord kunnen vinden. Blijkbaar is het idee ofwel concept al in de geest aanwezig maar het bijbehorende symbool, het juiste woord, nog niet. Het vermogen om steeds vlot toepasselijke woorden te vinden wordt uitdrukkingsvaardigheid genoemd.

Door veel te lezen en te schrijven kan iemand zijn uitdrukkingsvaardigheid verbeteren. Bij twijfel over de exacte betekenis van een woord is het raadplegen van een woordenboek de beste methode om meer zekerheid te verkrijgen. Goede uitdrukkingsvaardigheid kan worden opgebouwd door steeds zorgvuldig de juiste woorden te kiezen en bij onzekerheid over de betekenis van een woord dit woord op te zoeken.

Goede woordkeuze houdt ook in dat voor de lezer begrijpelijke woorden worden gebruikt. Als sommige woorden in een tekst niet worden begrepen komt de bedoeling niet over. Daarom kan het schrijven over een technisch onderwerp voor een doelgroep van mensen die nog maar weinig over de betreffende techniek weten vrij moeilijk zijn. Om duidelijk te formuleren wat je bedoelt heb je uiteenlopende technische termen nodig, maar deze termen mag je niet zonder meer gebruiken omdat ze bij de doelgroep onbekend zijn. De oplossing is dan om in de tekst zulke woorden te verklaren en toe te lichten.

De juiste zinnen

De regels voor het combineren van woorden tot zinnen vormen de grammatica van een taal. Vaak wordt grammatica ofwel spraakkunst beschouwd als een verzameling beperkende regels met geen andere basis dan dat het nu eenmaal zo hoort. Ten onrechte, want bij grammatica gaat het juist om een reële doelstelling: het creëren van begrijpelijke zinnen met een precieze inhoud.

Kinderen zijn in staat om spelenderwijze een grammatica te leren, meestal zonder zich daarbij van de regels bewust te worden. Hoe dat mogelijk is werd onderzocht door de taalkundige Noam Chomsky. Hij ontdekte dat de mens al bij de geboorte over een onbewust taalvermogen beschikt, in de vorm van een universele grammatica. De regels van een levende taal zoals het Nederlands zijn op de regels van deze universele grammatica gebaseerd.

De toegepaste grammaticaregels zijn in elke levende taal anders en kunnen ook per subcultuur weer afwijken. Door veel te lezen leer je steeds beter welke regels vrij algemeen gelden en welke afwijkingen daarvan binnen verschillende sociolecten normaal zijn.

Maar zijn er dan geen officiële regels voor de Nederlandse grammatica? Die zijn er wel en ze zijn vastgelegd in het ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) ofwel Standaardnederlands. Maar deze officiële grammatica is nooit helemaal up-to-date, want een levende taal verandert heel snel. Het officiële boek over het Standaardnederlands, de ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst), loopt dan ook onvermijdelijk achter op de bestaande taalrealiteit.

In sommige omgevingen wordt een tekst alleen als goed Nederlands beschouwd als deze zo dicht mogelijk bij het Standaardnederlands blijft. Als je voor een doelgroep schrijft waarbinnen het ABN de norm is dan is het zaak om je zoveel mogelijk aan die norm te houden. Het is niet nodig om daarvoor de ANS uit je hoofd te leren, hetgeen ook een zware opgave zou zijn want het is een heel omvangrijk boekwerk. Er zijn ook handzame op het ABN gebaseerde grammaticagidsen. Vermeldenswaard is verder dat al enkele jaren op het web een makkelijk toegankelijke digitale uitgave van de ANS beschikbaar is, de Elektronische ANS ofwel E-Ans.

De juiste spelling

Wat de grammatica betreft bestaat ruime vrijheid om de taal creatief te gebruiken. Die vrijheid geldt niet voor de spelling, want een verkeerd gespeld woord veroorzaakt onbegrip en heeft dus een ongunstig effect wat betreft de doelstelling van optimale duidelijkheid. De lettercombinatie "tavel" wordt bijvoorbeeld door de lezer niet onmiddellijk herkend als een verkeerde spelling van het woord "tafel".

Juiste spelling is belangrijk voor de begrijpelijkheid van een tekst. Woorden die wat spelling betreft vrijwel overeenkomen kunnen als symbool een totaal verschillende betekenis hebben. Daarom mogen in een voor publiekscommunicatie bestemde tekst geen spelfouten voorkomen. In privé-communicaties worden spelfouten in het algemeen geen probleem gevonden, maar in een gedrukte of voor digitale verspreiding bedoelde tekst worden ze als storend ervaren.

Door de spellingscontrole van een goede tekstverwerker toe te passen kan vrij gemakkelijk voor foutloze spelling worden gezorgd. Overigens is aan te bevelen om de tekst ook nog eens visueel te controleren, want de computer ontdekt niet alle fouten. Met name als door een verkeerde spelling een bestaand woord ontstaat zal het systeem dat vaak niet constateren.

Taalontwikkeling

Bij een levende taal als het Nederlands zijn het de taalgebruikers die uiteindelijk bepalen wat goed en wat fout is. Omdat mensen creatieve taalgebruikers zijn groeit de taal voortdurend. De taalontwikkeling voltrekt zich vaak eerst in de spreektaal en dringt dan geleidelijk in de schrijftaal door.

Maar mondeling taalgebruik is niet zonder meer toepasbaar in geschreven teksten. Vastgelegde spreektaal is vaak onbegrijpelijk omdat de non-verbale signalen dan ontbreken. Spontaan mondeling taalgebruik wordt door schriftelijke vastlegging in het algemeen niet meteen goed Nederlands, maar kan wel dienen om inspiratie op te doen.

Als mondelinge taaluitingen ook in geschreven vorm duidelijk communiceren wat wordt bedoeld dan kunnen deze ook in teksten worden gebruikt. Want de doelstelling is immers om door de doelgroepen gelezen en begrepen te worden.

Mensen zijn intuïtieve taalgebruikers en taalscheppers; ze vinden steeds weer andere manieren om onder woorden te brengen wat ze bedoelen en verrijken zo de taal met nieuwe mogelijkheden voor genuanceerde communicatie.